5 maart 2021
Gruppo Sportivo - The Secret Of Success (2011)
4 maart 2021
Field Music - Field Music (Measure) (2010)
Het Britse duo Field Music maakt een soort sophisticated rock, frisse popmuziek met oog voor productionele detail, geconcentreerd rondom liedjes die zelden de vierminutengrens overschrijden. Binnen deze miniatuurtjes lukt het de groep zo de hele progrock te kijk te zetten en geconcentreerd en gefocust over te komen, maar toch vaak buitengewoon bombastisch. Dat blijkt gelijk al met de opener In The Mirror, met zijn zalige gitaarmelodie een schoolvoorbeeld van een klassiek, haast jaren ’70-achtig klinkende plaat.
Bestaande uit twee broers, Peter en David Brewis, reiken Field Music’s invloeden van XTC tot Prince, van The Beatles tot 10 CC en Godley and Creme. Vooral die laatste twee invloeden zijn naar mijn mening huizenhoog, met name in songs als Clear Water en Curves Of The Needle, dat zelfs nog iets van Talk Talk meekrijgt.
“Field Music (Measure)” is een dubbelaar, die overigens gemakkelijk op één cd had gepast. Toch is het een goede keuze. De twintig songs, hoe kort ze ook zijn, zijn bij elkaar een hele zit, en door het geconcentreerde en haast freaky karakter is het nogal een ervaring. Rust lijkt je nauwelijks gegund te worden, behalve tegen het prachtige einde van de tweede cd.
Behalve de buitengewoon aanstekelijke melodieën, zoals de klassieke popsong en eerste single Them That Do Nothing, kent de plaat ook zalige arrangementen, zoals het klassiek ingeklede Measure, dat bovendien ook nog stiekem waanzinnig sterk basspel kent.
Feitelijk voelen beide platen als twee epics, twee suites, met zorg en zeer veel aandacht samengesteld. De tweede suite is wat meer verstild en geeft rust, zeker het hoorspelachtige, instrumentale It’s About Time aan het einde (dat weliswaar de tienminutengrens overschrijdt, maar aan het einde vooral een hoorspel is). De eerste suite gaat wat meer alle kanten op en kent meer standaard popliedjes, zoals het geweldige en licht rockende Each Time Is A New Time. De platen worden aan elkaar gelinkt door The Wheels Are In Place, dat eenzelfde gitaarthema kent als op de opener In The Mirror.
Het mooie van de muziek van Field Music is het gebrek aan herhaling. Dat is dan ook gelijk het grootste verschil met vele progrock, maar ik vind dat we hier iets van kunnen leren. In een track als Lights Up, dat andermaal klinkt alsof Kevin Godley het zingt, wordt zonder omweg gewerkt aan een prachtig hoogtepunt, en klaar. En dat majestueuze einde, inclusief gitaarsolo! En hop, voor je het doorhebt, zit je weer in het volgende nummer.
Ik verafschuw progrockgroepen die ‘gewone popliedjes’ maken, met daarnaast een paar hypersymfonische ‘epics’. In mijn wereld behoren ook de korte liedjes ‘proggy’ te zijn, en Field Music bewijst dat dat kan. We zouden ons moeten schamen, dat een knappe popband als deze ons zo de les leest. Aan de andere kant kunnen we ook blij zijn dat de grenzen tussen alternatieve en symfonische rock opnieuw wegvalt.
Twintig liedjes lijkt een hele zit, maar het feit dat ze verspreid zijn over twee cd’s helpt. Er zitten geen vullers tussen, alle liedjes doen mee. Het is dat 10CC niet meer bestaat, maar Eric Stewart zou trots zijn. Look Hear! “Field Music (Measure)” is waarlijk Twenty Out Of 20!
27 februari 2021
Blackfield - V (2017)
Met hun vijfde album pakt Blackfield terug naar het begin, hun begin. Op de hoes herkennen we het flesje dat aanspoelde op het strand en prijkte op de voorzijde van Blackfield I. Melancholie: Blackfield staat er bol van.
Op Blackfield V horen we behalve een duidelijk evenredige bijdrage van Aviv Geffen en Steven Wilson ook toetsenist Eran Mitelman, bassist Seffy Efrati, drummer Tomer Z, het London Session Orchestra én zangeres Alex Moshe. Voor drie nummers op het album, We’ll Never be Apart, The Jackyl, How was your Ride? werkten de twee heren samen met Alan Parsons. Ze vlogen hiervoor af naar zijn studio in Santa Barbara, in Californië.
Het album verwelkomt ons met warme strijkers, een prachtig en veelbelovend intro: A Drop in the Ocean. Maar wat kondigt het aan? Hoe past het in het geheel van dit album? Na het beluisteren van de rest van het album lijkt deze eerste track een beetje een losse flodder. Het is als een voorprogramma van een live concert waar je rommelend met drankmuntjes en garderobenummertjes op binnen komt vallen, terwijl je in gedachten nog niet helemaal in de zaal bent geland. Achteraf zul je denken, hé wat was dat eigenlijk?
Nummer twee, Family Man, is een betere opener voor Blackfield V. Het zet echt de toon. De aandacht wordt gevestigd. Family Man heeft alles wat we twee albums lang hebben moeten missen: een sterke compositie, duidelijke eenheid, een riff die je pakt en niet meer loslaat. Het is een popnummer met ballen, met de overduidelijke Wilson-Geffen-stempel.
Die melancholie waar ik het net over had: How Was Your Ride? overspoelt je ermee. En dan, We’ll Never Be Apart. Tekstueel heel duidelijk, behoorlijk eenvoudig zelfs; daar ga ik niet aan wennen. Het nummer bewijst de sterke orkestratie-vaardigheden van Geffen. Ook in Sorrys horen we de herkenbare stem van Geffen, die toch voor velen een acquired taste blijkt te zijn. In Sorrys klinkt zijn stem wat breekbaarder, lijkt het, en dat past dan ook bij de teneur van de song.
Met het dromerige Life is an Ocean zetten Geffen en Wilson een karakteristieke Blackfield-compositie neer. De ziel van Blackfield is niet gevlogen. En met Lately krijgen we zowaar weer zin in het leven. Deze welkome vrolijke noot op het album zorgt voor nog meer diversiteit op de plaat. Verrassend is ook de bijdrage van een zangeres, Alex Moshe. Radio-materiaal? Inclusief fade-out…
Geffen zei dat October de harten van alle Wilsonfans zou doen smelten. Het zou me niet verbazen als hij gelijk krijgt. Van mij hadden ze de suikerpot echter dicht mogen laten. Oorspronkelijk verscheen October op het debuutalbum van Geffen. Wilson heeft het altijd prachtig gevonden en samen besloot het duo een variant met Wilson op zang op het album te zetten. Wat mij betreft geen goede keuze. Misschien is dit wat voor Valensia.
Gelukkig herpakt Blackfield zich met The Jackal, een uitgebalanceerd nummer met weer zo’n herkenbare lekkere Blackfield-bridge. De stem van Geffen komt hierin goed tot zijn recht. En zowaar, een fijne bluesy solo, die langer dan de door Geffen toegestane minuut duurt. Dit maakt het des te meer duidelijk dat er zonder Wilson geen Blackfield is.
We mogen even bijkomen van de met emoties doordrenkte stem van Geffen in de instrumentale track Salt Water. Het betreft een verfijnd intermezzo waarin eigenlijk alle Blackfieldkrachten weer hun werk doen. Ontdek de eenvoud die alles behalve eenvoudig is.
We golven verder over het glinsterende wateroppervlak en zien de donkere diepte onder ons. Undercover Heart behoort tot de hoogtepuntjes van het album. En Alex Moshe is terug, ditmaal met backing vocals die het nummer inderdaad kracht bijzetten, net als de prachtige orkestratie van Aviv Geffen. Vervolgens lijken we even terug te keren naar de jaren negentig met Lonely Soul. Eigenlijk vind ik dat wel lekker. De frisse track vormt een luchtige onderbreking op de plaat. Zangeres Alex Moshe zingt hier weer, samen met Geffen. Tekstueel is het niet zo veel, maar de vibe is fijn.
From 44 to 48 is het laatste nummer op het album en mijn persoonlijke favoriet. Wilson zet sterke vocalen neer en de sfeer is fantastisch. De heerlijke hangende, laid-back drums van Tomer Z laten je wegzweven. Orgeltje erbij, glijdende gitaarsolo… Het nummer gaat over het verstrijken van de jaren en het besef: wat heb ik eigenlijk gedaan al die tijd; wat heb ik bereikt? Een geweldige afsluiter.
Blackfield V is volgens Geffen en Wilson hun beste werk tot nu toe. Dat vind ik wat ver gaan, maar hun nieuwste eindigt wat mij betreft zeker op het podium, een verdiende derde plaats. Wat er echter mist is coherentie, eenheid, een geheel. Toch scoren de afzonderlijke nummers individueel zeer hoog en is er een grote veelzijdigheid te ontdekken in de plaat. Blackfield V is zeker hun meest diverse album tot nu toe.
26 februari 2021
Bombay - Show Your Teeth (2016)
24 februari 2021
The Avener - The Wanderings Of The Avener (2015)
- Phonographic Copyright ℗ – 96 Musique
- Copyright © – 96 Musique
- Licensed To – Capitol Music France
- Record Company – Universal Music France
- Pressed By – Optimal Media GmbH – BE75679
- Lacquer Cut By [Runout Etching JP] – Jörg Peters
23 februari 2021
Sven Hammond Soul - The Usual Suspects (2014)
21 februari 2021
The Pignose Willy's - Who Do You Love (2013)
Door de niet al te lange speelduur van de nummers afzonderlijk en het album in zijn geheel is dit goed aan te horen voordat het irritant wordt. En dan is dit in gepaste dosis best wel geinig voor de afwisseling.
20 februari 2021
Paul McCartney - Kisses On The Bottom (2012)
19 februari 2021
Charles Bradley feat. The Sounds Of Menahan Street Band - No Time For Dreaming (2011)
18 februari 2021
Massive Attack - Heligoland (2010)
The record features vocals of Horace Andy, as well as guest vocalists: Tunde Adebimpe of TV on the Radio, Damon Albarn of Blur and Gorillaz, Hope Sandoval of Hope Sandoval and the Warm Inventions and Mazzy Star, Guy Garvey of Elbow and Martina Topley-Bird, as well as guitar playing by Adrian Utley of Portishead (on "Saturday Come Slow"), keys from Portishead collaborator John Baggott (most notably on "Atlas Air"), keys and synth bass from Damon Albarn ("Splitting the Atom" and "Flat of the Blade" respectively), guitar (various tracks) and bass ("Girl I Love You") by Neil Davidge and bass by Billy Fuller of Beak on various tracks.
The record features drumming from the late Jerry Fuchs and regular session and touring drummer Damon Reece. Dan Brown and Stew Jackson (Robot Club) co-wrote "Paradise Circus", played guitar on and co-wrote "Saturday Come Slow", and part-programmed and engineered those tracks. Tim Goldsworthy contributed additional production (specific tracks unstated). Most tracks were mixed with Mark "Spike" Stent and then all were mastered with Tim Young at Metropolis Studios, as with previous records. Unlike previous records, there are no personal acknowledgements on the inlay. Neil Davidge co-produced all tracks with Robert Del Naja only (except tracks 3, 7 and 9 where Grant Marshall was also involved), though Marshall has a co-write credit on every track. The album is dedicated to the memory of Blue Lines co-producer, Jonny Dollar.
The album release was preceded on 4 October 2009 by an EP, Splitting the Atom. During its gestation, the album was often referred to in the media as "LP5" (a reference to this being their fifth studio album – excluding Danny the Dog) or "Weather Underground" (Robert Del Naja's early working title and underdog metaphor for the record).
The artwork, as with every Massive Attack album since Protection, is a collaboration between Tom Hingston and Del Naja, this time based on Del Naja's paintings. Transport for London, in line with their policy to not encourage graffiti, insisted the cover image featured on advertising posters displayed on the Tube be altered so as to not resemble "street art", obliging the artists to remove drips and fuzz from the original image.
Many other guest vocalists recorded sessions during the duo's post-100th Window era but are not featured on the album, including: Stephanie Dosen, Yolanda Quartey of Phantom Limb – effectively Robot Club's band) and Jhelisa (Anderson, who had previously recorded in 2002 in the studio for material that was not included on 100th Window); and, mostly during the pre-Collected time – Mike Patton, Aku and Akwetey Orraca-Tetteh and Devang Shah of Dragons of Zynth, Elizabeth Fraser, Terry Callier, Fredo Viola, Debbie Clare, Beth Orton and Dot Allison. Mos Def and Leslie Feist were named as artists scheduled for recording sessions back in 2004. Backing tracks from Grant Marshall's side of Massive Attack's writing (mainly facilitated by and done with Robot Club) are known to have been sent to Alice Russell, and prepared for Sharon Jones,[8] Patti Smith and David Bowie during the era but collaboration did not come to fruition, nor did talks with Tom Waits or Tricky, in terms of featuring as guest vocalists on the record.[citation needed] Post-punks Mark Stewart and Keith Levene were pictured inside Del Naja's 100 Suns studio in 2009, but played no part on the album.[citation needed]
"I think it's got definitely a more organic feel",] Del Naja said of Heligoland. "100th Window was very much about this amalgamation of everything joining, and eventually the process was so extreme that you couldn't tell if there was a string part if it was electronic or natural. [There were] lots of organic parts that ended up sounding very electronic. It became a whole world of different processes, and we wanted to do something a bit different because we've had that experience so we wanted to do something else."
The track "Girl I Love You", one of multiple tracks featuring Horace Andy, is a drastically reworked version of a song originally written by Andy during his solo career.




















