Between the 1970s and 1980s, De Piscopo played on several occasions with bassist-arranger Pino Presti, with whom he established one of the top rhythm sessions in the Italian music scene. In 1974 and 1975, he was a member of New Trolls Atomic System.
23 april 2021
Tullio De Piscopo - Acqua E Viento (1983)
22 april 2021
Luther - Luther (1976)
"It's Good for the Soul", "Funky Music (Is a Part of Me)" and "The 2nd Time Around" were released as singles, but the album failed to chart. Vandross bought back the rights to the album after the record label dropped the group, preventing its later re-release.
The song "The 2nd Time Around" was later re-recorded also titled "The Second Time Around" in the closing track on his 1988 studio album Any Love.
27 maart 2021
Birth Of Joy - Get Well (2016)
Gelukkig hebben ze de jaren zestig invloeden niet helemaal losgelaten en is de nalatenschap van The Doors ook nog steeds aanwezig. Het bluesy Midnight Cruise had zomaar op Morrison Hotel kunnen staan en het sfeervolle achtminuten-durende titelnummer Get Well heeft wel iets weg van The End.
Inmiddels is ook tweede single Hands Down uit, mét bijbehorende videoclip. Een clip waarin een balletdanseres de hoofdrol speelt. Nu is het opzwepende Hands Down bij uitstek een nummer om op te bewegen, maar pirouettes draaien op een orkaan van gitaar-, drum en orgelnoten zie je niet zo vaak. Birth Of Joy bewijst dat het kan.
25 maart 2021
Courtney Barnett - Sometimes I Sit And Think, And Sometimes I Just Sit (2015)
Sit is Barnett's first album, the follow-up to two EPs collected on a Barnettily-titled product called The Double EP: A Sea of Split Peas. Its music is descended from 1990s grunge, descended in turn from '60s garage and psychedelia—the rocks to the balloons of Barnett's thoughts, which blow back and forth above the distorted guitars buoyed by gas we can't actually see. Without her words, the music would sit there; without the music, Barnett would drift away. Half the time, she doesn't even sing, but talks, slipping into melody mid-line as though she just remembered she was playing music.
If all this seems a little heady in discussion, it's to the credit of Barnett and her band—Dave Mudie, Dan Luscombe, and Bones Sloane—that it doesn't sound that way on record. I don't know how things are in Barnett's Australia, but here in the U.S., A.D. 2015, she seems like an anomaly: A young songwriter who is smart but not intellectual, humble but not wimpy, into the past but not theatrical about it, aware of her feelings and aware of how too many feelings makes everyone bored.
7 maart 2021
Steve Hogarth & Richard Barbieri - Not The Weapon But The Hand (2012)
In het openingsnummer Red Kite kunnen we nog enige invloeden van Hogarth’s andere band horen. Of zoals een vriend van mij zei: “erg mooi! Heerlijk zweverig, anders kan ik het niet omschrijven. Denk een beetje aan Dreamy Street van Marillion met een scheutje Gazpacho, maar dan anders”.
Het nummer wordt geweldig vorm gegeven door het toetsenwerk van Barbieri, de zang is zuiver en eigenlijk gewoon zoals we van Hogarth kunnen verwachten, maar dan soms in verschillende toonsoorten door en over elkaar, links en rechts uit je speakers knallend. De overige instrumenten blijven ver op de achtergrond, waardoor dit een soort onderonsje wordt van de twee hoofdpersonen. Op een gegeven moment verwacht je een solo, die overigens niet komt. Het is alsof de solo van Rothery nog toegevoegd moet worden, maar hij heeft de studio nooit weten te bereiken. De vraag is of het nummer dan een vergelijkbare spanning meegekregen had, soms is het verlangen naar sterker dan de invulling ervan.
Het nummer A Cat With Seven Souls is dan weer heel anders. Het typerend synthesizergeluid van Richard Barbieri wordt geëvenaard door het vocalenwonder dat Steve Hogarth heet. Beluister dit nummer eens met de koptelefoon op en probeer te ontdekken hoe vaak H zichzelf tegelijkertijd heeft opgenomen en probeer het aantal toonsoorten en muzikale klankvarianten te onderkennen. Doe dit daarna ook voor de toetsenvarianten van Barbieri. Ik ben er nog niet uit wie het hoogste scoort. Zoals Barbieri in zijn interview met mij aangeeft zijn er achteraf overeenkomsten met Massive Attack te ontdekken, maar voordat Barbieri dit noemde had ik hieraan niet gedacht.
Een weer geheel andere sfeer heeft het nummer Naked. De dromerige sfeer van Red Kite en het massieve technische geweld van A Cat With Seven Souls wordt opgevolgd door een betoverend landschap waarin de contouren van een griezelverhaal worden geschilderd. Je hoort de geesten daadwerkelijk rondvliegen. Een authentiek harmonium, elektronische loops en een indringende zacht schreeuwende fluisterstem geeft het geheel een spookachtige entourage.
En zo heeft elk nummer op dit album wel een verhaal en geeft elk nummer een compleet andere muzikale ervaring. Het nummer Crack heeft een strak drum- en bassritme, terwijl Your Beautiful Face weer een ambiente sfeer heeft met gesproken teksten in plaats van zang.
De teksten op dit laatstgenoemde nummer zijn zeer sterk en spreken, in elk geval bij mij, sterk tot de verbeelding. Het nummer gaat over uiterlijke schoonheid die de werkelijke aard van iemand kan verbergen en de innerlijke schoonheid die altijd blijft bestaan. Dit wordt gebruikt als metafoor voor de mooie beloften geuit door mensen, die daarna de verkregen macht op een negatieve wijze aanwenden. Luister naar de teksten ‘Your beautiful face is aged, lost its power‘, ‘I guess it is not the weapon that does the damage, but in whose hands it rests‘ en ‘The world is a safer place without your beautiful face‘ en verzink in je eigen gedachten. In het laatste nummer van de cd, het titelnummer Not The Weapon But The Hand, worden deze zinnen nogmaals herhaald.
Met “Not The Weapon But The Hand” heeft het duo Hogarth en Barbieri een album afgeleverd dat nieuwe paden in de progressieve muziek verkent doordat ogenschijnlijk oncontroleerbare harmonieën worden gebruikt, soms grenzend aan de atonaliteit, waarbij geen enkele toonsoort overheerst. De zang is net zo complex gearrangeerd als het toetsenspel, in meerdere lagen opgebouwd, zonder overigens chaotisch over te komen. Maar bovenal is het een mooi album, dat je meevoert over de muzikale landschappen die de heren aan ons voorschotelen.
5 maart 2021
Gruppo Sportivo - The Secret Of Success (2011)
4 maart 2021
Field Music - Field Music (Measure) (2010)
Het Britse duo Field Music maakt een soort sophisticated rock, frisse popmuziek met oog voor productionele detail, geconcentreerd rondom liedjes die zelden de vierminutengrens overschrijden. Binnen deze miniatuurtjes lukt het de groep zo de hele progrock te kijk te zetten en geconcentreerd en gefocust over te komen, maar toch vaak buitengewoon bombastisch. Dat blijkt gelijk al met de opener In The Mirror, met zijn zalige gitaarmelodie een schoolvoorbeeld van een klassiek, haast jaren ’70-achtig klinkende plaat.
Bestaande uit twee broers, Peter en David Brewis, reiken Field Music’s invloeden van XTC tot Prince, van The Beatles tot 10 CC en Godley and Creme. Vooral die laatste twee invloeden zijn naar mijn mening huizenhoog, met name in songs als Clear Water en Curves Of The Needle, dat zelfs nog iets van Talk Talk meekrijgt.
“Field Music (Measure)” is een dubbelaar, die overigens gemakkelijk op één cd had gepast. Toch is het een goede keuze. De twintig songs, hoe kort ze ook zijn, zijn bij elkaar een hele zit, en door het geconcentreerde en haast freaky karakter is het nogal een ervaring. Rust lijkt je nauwelijks gegund te worden, behalve tegen het prachtige einde van de tweede cd.
Behalve de buitengewoon aanstekelijke melodieën, zoals de klassieke popsong en eerste single Them That Do Nothing, kent de plaat ook zalige arrangementen, zoals het klassiek ingeklede Measure, dat bovendien ook nog stiekem waanzinnig sterk basspel kent.
Feitelijk voelen beide platen als twee epics, twee suites, met zorg en zeer veel aandacht samengesteld. De tweede suite is wat meer verstild en geeft rust, zeker het hoorspelachtige, instrumentale It’s About Time aan het einde (dat weliswaar de tienminutengrens overschrijdt, maar aan het einde vooral een hoorspel is). De eerste suite gaat wat meer alle kanten op en kent meer standaard popliedjes, zoals het geweldige en licht rockende Each Time Is A New Time. De platen worden aan elkaar gelinkt door The Wheels Are In Place, dat eenzelfde gitaarthema kent als op de opener In The Mirror.
Het mooie van de muziek van Field Music is het gebrek aan herhaling. Dat is dan ook gelijk het grootste verschil met vele progrock, maar ik vind dat we hier iets van kunnen leren. In een track als Lights Up, dat andermaal klinkt alsof Kevin Godley het zingt, wordt zonder omweg gewerkt aan een prachtig hoogtepunt, en klaar. En dat majestueuze einde, inclusief gitaarsolo! En hop, voor je het doorhebt, zit je weer in het volgende nummer.
Ik verafschuw progrockgroepen die ‘gewone popliedjes’ maken, met daarnaast een paar hypersymfonische ‘epics’. In mijn wereld behoren ook de korte liedjes ‘proggy’ te zijn, en Field Music bewijst dat dat kan. We zouden ons moeten schamen, dat een knappe popband als deze ons zo de les leest. Aan de andere kant kunnen we ook blij zijn dat de grenzen tussen alternatieve en symfonische rock opnieuw wegvalt.
Twintig liedjes lijkt een hele zit, maar het feit dat ze verspreid zijn over twee cd’s helpt. Er zitten geen vullers tussen, alle liedjes doen mee. Het is dat 10CC niet meer bestaat, maar Eric Stewart zou trots zijn. Look Hear! “Field Music (Measure)” is waarlijk Twenty Out Of 20!
27 februari 2021
Blackfield - V (2017)
Met hun vijfde album pakt Blackfield terug naar het begin, hun begin. Op de hoes herkennen we het flesje dat aanspoelde op het strand en prijkte op de voorzijde van Blackfield I. Melancholie: Blackfield staat er bol van.
Op Blackfield V horen we behalve een duidelijk evenredige bijdrage van Aviv Geffen en Steven Wilson ook toetsenist Eran Mitelman, bassist Seffy Efrati, drummer Tomer Z, het London Session Orchestra én zangeres Alex Moshe. Voor drie nummers op het album, We’ll Never be Apart, The Jackyl, How was your Ride? werkten de twee heren samen met Alan Parsons. Ze vlogen hiervoor af naar zijn studio in Santa Barbara, in Californië.
Het album verwelkomt ons met warme strijkers, een prachtig en veelbelovend intro: A Drop in the Ocean. Maar wat kondigt het aan? Hoe past het in het geheel van dit album? Na het beluisteren van de rest van het album lijkt deze eerste track een beetje een losse flodder. Het is als een voorprogramma van een live concert waar je rommelend met drankmuntjes en garderobenummertjes op binnen komt vallen, terwijl je in gedachten nog niet helemaal in de zaal bent geland. Achteraf zul je denken, hé wat was dat eigenlijk?
Nummer twee, Family Man, is een betere opener voor Blackfield V. Het zet echt de toon. De aandacht wordt gevestigd. Family Man heeft alles wat we twee albums lang hebben moeten missen: een sterke compositie, duidelijke eenheid, een riff die je pakt en niet meer loslaat. Het is een popnummer met ballen, met de overduidelijke Wilson-Geffen-stempel.
Die melancholie waar ik het net over had: How Was Your Ride? overspoelt je ermee. En dan, We’ll Never Be Apart. Tekstueel heel duidelijk, behoorlijk eenvoudig zelfs; daar ga ik niet aan wennen. Het nummer bewijst de sterke orkestratie-vaardigheden van Geffen. Ook in Sorrys horen we de herkenbare stem van Geffen, die toch voor velen een acquired taste blijkt te zijn. In Sorrys klinkt zijn stem wat breekbaarder, lijkt het, en dat past dan ook bij de teneur van de song.
Met het dromerige Life is an Ocean zetten Geffen en Wilson een karakteristieke Blackfield-compositie neer. De ziel van Blackfield is niet gevlogen. En met Lately krijgen we zowaar weer zin in het leven. Deze welkome vrolijke noot op het album zorgt voor nog meer diversiteit op de plaat. Verrassend is ook de bijdrage van een zangeres, Alex Moshe. Radio-materiaal? Inclusief fade-out…
Geffen zei dat October de harten van alle Wilsonfans zou doen smelten. Het zou me niet verbazen als hij gelijk krijgt. Van mij hadden ze de suikerpot echter dicht mogen laten. Oorspronkelijk verscheen October op het debuutalbum van Geffen. Wilson heeft het altijd prachtig gevonden en samen besloot het duo een variant met Wilson op zang op het album te zetten. Wat mij betreft geen goede keuze. Misschien is dit wat voor Valensia.
Gelukkig herpakt Blackfield zich met The Jackal, een uitgebalanceerd nummer met weer zo’n herkenbare lekkere Blackfield-bridge. De stem van Geffen komt hierin goed tot zijn recht. En zowaar, een fijne bluesy solo, die langer dan de door Geffen toegestane minuut duurt. Dit maakt het des te meer duidelijk dat er zonder Wilson geen Blackfield is.
We mogen even bijkomen van de met emoties doordrenkte stem van Geffen in de instrumentale track Salt Water. Het betreft een verfijnd intermezzo waarin eigenlijk alle Blackfieldkrachten weer hun werk doen. Ontdek de eenvoud die alles behalve eenvoudig is.
We golven verder over het glinsterende wateroppervlak en zien de donkere diepte onder ons. Undercover Heart behoort tot de hoogtepuntjes van het album. En Alex Moshe is terug, ditmaal met backing vocals die het nummer inderdaad kracht bijzetten, net als de prachtige orkestratie van Aviv Geffen. Vervolgens lijken we even terug te keren naar de jaren negentig met Lonely Soul. Eigenlijk vind ik dat wel lekker. De frisse track vormt een luchtige onderbreking op de plaat. Zangeres Alex Moshe zingt hier weer, samen met Geffen. Tekstueel is het niet zo veel, maar de vibe is fijn.
From 44 to 48 is het laatste nummer op het album en mijn persoonlijke favoriet. Wilson zet sterke vocalen neer en de sfeer is fantastisch. De heerlijke hangende, laid-back drums van Tomer Z laten je wegzweven. Orgeltje erbij, glijdende gitaarsolo… Het nummer gaat over het verstrijken van de jaren en het besef: wat heb ik eigenlijk gedaan al die tijd; wat heb ik bereikt? Een geweldige afsluiter.
Blackfield V is volgens Geffen en Wilson hun beste werk tot nu toe. Dat vind ik wat ver gaan, maar hun nieuwste eindigt wat mij betreft zeker op het podium, een verdiende derde plaats. Wat er echter mist is coherentie, eenheid, een geheel. Toch scoren de afzonderlijke nummers individueel zeer hoog en is er een grote veelzijdigheid te ontdekken in de plaat. Blackfield V is zeker hun meest diverse album tot nu toe.
26 februari 2021
Bombay - Show Your Teeth (2016)
24 februari 2021
The Avener - The Wanderings Of The Avener (2015)
- Phonographic Copyright ℗ – 96 Musique
- Copyright © – 96 Musique
- Licensed To – Capitol Music France
- Record Company – Universal Music France
- Pressed By – Optimal Media GmbH – BE75679
- Lacquer Cut By [Runout Etching JP] – Jörg Peters




















